heiden

als woordenboektrefwoord:

heiden:
m. (-en), afgodendienaar.
heiden:
m. (-s), landloper, Zigeuner.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

heiden (ww) :
zigeuner
heiden (zn) :
barbaar, ongelovige

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

woordverbanden van ‘heiden’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Iemand, die den God der Christenen niet erkent. Afgodendienaar en afgodsdienaar duiden iemand aan, die valsche godheden vereert; 't laatste geeft te kennen, dat men slechts één afgod vereert, 't eerste en meest gewone woord wordt zoowel toegepast op den vereerder van één afgod, als op dien van meer valsche godheden. 't Woord heiden geeft zonder meer te kennen, dat men den God der Christenen niet aanbidt, en laat in het midden of men al dan niet andere godheden vereert. Ongeloovige wordt hij genoemd, die in een Christelijk land levende, tot geen enkel kerkgenootschap behoort, en aan geenerlei openbaring gelooft. Het wordt ook gebruikt ter aanduiding van den naam, die door Muzelmannen aan andersdenkenden, inzonderheid aan Joden of Christenen, gegeven wordt.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

heiden
gelovige

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Wie helpt?
Synoniemen.net zoekt een huurwoning in Leiden.

debug info: 0.003 c