hond

als woordenboektrefwoord:

hond:
m. (-en); de hond in de pot vinden, komen als het eten op is ; komt men over de hond, dan komt men ook over de staart, als de grootste moeilijkheid overwonnen is, volgt de rest vanzelf.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

hond (zn):
blaffer, joekel, reu, teef

als synoniem van een ander trefwoord:

vlegel (zn) :
blaag, botterik, hond, kataas, kinkel, kwajongen, lomperd, lummel, rekel, schoft, vlerk
fik (zn) :
hond, keeshond

woordverbanden van ‘hond’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.006 c