ieder

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

ieder (zn) :
elk

als synoniem van een ander trefwoord:

elk (vnw) :
alle, eenieder, elkeen, ieder, iedereen
iedereen (vnw) :
eenieder, elk, elkeen, ieder

woordverbanden van ‘ieder’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

al, elk, ieder

Deze woorden worden gebruikt ter aanwijzing van de gezamenlijke eenheden, die eene hoeveelheid uitmaken. Beschouwt men die eenheden als collectief, als eene som, dan bezigt men alle. Alle leden der vergadering waren tegenwoordig. Wil men die eenheden daarentegen afzonderlijk, één voor één, aanduiden, dan gebruikt men elk of ieder. Het vreemde geval deed zich voor, dat schier elk {ieder) der aanwezigen van een ander gevoelen was.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 153:

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, blz. 269:

ieder, iegelijk

zie ook:

bij andere sites:

in het Verwarwoordenboek van Jan Renkema:
synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0035 c