inwoner

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

ziel (zn) :
individu, inwoner, mens, mensenkind, persoon, sterveling
onderdaan (zn) :
burger, ingezetene, inwoner, inlander, landsman
bewoner (zn) :
burger, huurder, ingezetene, inwoner
burger (zn) :
ingezetene, inwoner, staatsburger

woordverbanden van ‘inwoner’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bewoner, geërfde, ingeland, inwoner, ingezetene, opgezetene

Bewoner — geërfde — ingeland — inwoner — ingezetene — opgezetene. Eene landstreek en een land, wanneer dit laatste niet in den zin van een begrensden staat genomen wordt, hebben bewoners. Een rijk, eene provincie, eene stad, eene gemeente enz. hebben inwoners, omdat men daarbij het oog heeft op de bevolking, die binnen zekere grenzen aanwezig is. Ingezetenen zijn de vaste bewoners eener plaats, in tegenstelling van de daarin slechts tijdelijk verblijf houdende vreemdelingen. Ingezetene is hij, die hier te lande achttien maanden woont. Vroeger sprak men ook in dezen zin van de opgezetenen. Ingelanden worden diegenen genoemd, die in een polder landerijen bezitten. Geërfden zijn diegenen, die in eene mark een erf of stuk grond met stemrecht hebben. Gewestelijk komt het ook voor met dezelfde beteekenis als ingeland.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bewoner, inwoner, ingezeten, ingeland

BEWONER, INWONER, INGEZETEN, INGELAND

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 354.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c