leraar

als woordenboektrefwoord:

leraar:
(...aren, -s), onderwijzer; kerkleraar.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

leraar (zn):
docent, leerkracht, meester, monitor, onderwijskracht, onderwijzer, schoolfrik, sjeik
leraar (zn):
dominee

als synoniem van een ander trefwoord:

leermeester (zn) :
docent, goeroe, instructeur, leraar, magister, meester, onderwijzer
monitor (zn) :
groepsleider, jeugdleider, leider, leraar
schoolmeester (zn) :
docent, leraar, meester, onderwijzer
docent (zn) :
leerkracht, leraar, onderwijzer
leerkracht (zn) :
leraar, onderwijzer

woordverbanden van ‘leraar’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
leraar, hoogleraar, leermeester, onderwijzer, schoolonderwijzer, huisonderwijzer, lesgever

LEERAAR, HOOGLEERAAR, LEERMEESTER, ONDERWIJZER, SCHOOLONDERWIJZER, HUISONDERWIJZER, LESGEVER

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 361.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

leraar
leerling

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c