logement

als woordenboektrefwoord:

logement:
o. (-en), huis waar men kan gehuisvest worden, minder deftig dan hotel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

logement (zn):
herberg, pension

als synoniem van een ander trefwoord:

herberg (zn) :
café, estaminet, kroeg, logement, lokaliteit, pub, tapperij, taveerne
logies (zn) :
logement, nachtverblijf, onderdak, slaapgelegenheid
hotel (zn) :
herberg, logement
herberg (zn) :
hotel, logement

woordverbanden van ‘logement’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
hotel, logement, herberg, wijnhuis, koffiehuis, bottelhuis, kroeg, tapperij, slijterij

HOTEL, LOGEMENT, HERBERG, WIJNHUIS, KOFFIJHUIS, BOTTELHUIS, KROEG, TAPPERIJ, SLIJTERIJ

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 248.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.013 nc