pruim

als woordenboektrefwoord:

pruim:
m. (-en), boom; — v. (-en), de vrucht.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

pruim (zn):
doos, flamoes, gleuf, kut, poes, trut
pruim (zn):
pruimelaar, pruimenboom
pruim (zn):
kauwtabak, sjiek

als synoniem van een ander trefwoord:

kut (zn) :
schaamspleet, vrouwelijk geslachtsorgaan, doos, flamoes, gleuf, muis, poes, pruim, spleet, trut, vagina, vulva
trut (zn) :
doos, flamoes, gleuf, kut, muis, poes, pruim
sjiek (zn) :
pruim, tabakspruim

woordverbanden van ‘pruim’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c