sabel

als woordenboektrefwoord:

sabel:
o. sabelbont.
sabel:
m. (-s), sabeldier, martersoort.
sabel:
o. zwart (in de wapenk.).
sabel:
v. (-s), krom zwaard.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

sabel (zn) :
degen, zwaard
sabel (zn) :
sabelbont
sabel (zn) :
zwart

als synoniem van een ander trefwoord:

zwart (zn) :
sabel

woordverbanden van ‘sabel’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Wapenen geschikt om mede te steken en te slaan, en in eene schede aan de zijde gedragen te worden; vroeger ook in het algemeen zijdgeweer ge-noemd. Zwaard is de algemeene benaming. De degen is een recht zwaard met dubbele snede, geschikt om mede te stooten of te steken. Eene kling is eigenlijk het blanke lemmet, allengs in de beteekenis van groot zwaard gebruikt; vooral in figuurlijke taal komt het voor, z. a. over de kling jagen, over de kling laten springen, enz. Een rapier is een lange degen, thans in de spreektaal in onbruik. Eene sabel is een min of meer gekromd zwaard met stompe rugzijde en meer geschikt om mede te slaan. Een houwer of houwdegen is een groote degen om mee te houwen, in tegenstelling van stootdegen; vroeger werd houwer ook voor bijl gebruikt. In figuurlijken stijl gebruikt, men alleen zwaard en degen. Het zvaard der gerechtigheid, de degen is weer opgestoken, d. i. het is vrede. Een beproefde degen, een ervaren krijgsman.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, blz. 29:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Wie helpt?
Synoniemen.net zoekt een huurwoning in Leiden.

debug info: 0.0067 c