smeer

als woordenboektrefwoord:

smeer:
o. vet; kaarsvet; (fig.) slaag.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

smeer (zn):
motorolie, ongel, smeerolie, smeervet, talk, vet
smeer (zn):
reuzel, talg
smeer (zn):
smeersel
smeer (zn):
slaag

als synoniem van een ander trefwoord:

vet (zn) :
smeer, vetstof, smeermiddel, smeervet
talk (zn) :
smeer, talg

woordverbanden van ‘smeer’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
smeer, vet

Smeer — vet. Vet is de naam voor de witachtige, smijdige stof door afscheiding van voedingsstoffen gevormd, vooral in het dierlijk lichaam. Smeer is de weeke, vettige zelfstandigheid, die geschikt is om ergens op te smeeren; bij dieren noemt men smeer het vet om de nieren en darmen. In samenstellingen gebruikt men beide: kaarsvet, schoensmeer.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
vet, smeer, vettig, smerig

VET, SMEER, VETTIG, SMERIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 261.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c