spier

als woordenboektrefwoord:

spier:
v. (-en), vlezige bundel in het lichaam.
spier:
v. (-en), gras-, korenscheutje.
spier:
v. (-en), zwaluwsoort.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

zier (zn) :
fluit, lor, sikkepitje, snars, spier, zweem, zweempje
spriet (zn) :
grassprietje, halm, spier

woordverbanden van ‘spier’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
spier, pees

SPIER, PEES

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 172.

in hedendaagse spelling:
zenuw, spier, pees

ZENUW, SPIER, PEES

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 374.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0017 c