wemelen

als woordenboektrefwoord:

wemelen:
(gewemeld), door elkaar krioelen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

wemelen (ww):
grimmelen, krioelen, wriemelen
wemelen (ww):
barsten, stikken

als synoniem van een ander trefwoord:

krioelen (ww) :
grimmelen, krielen, stikken, vergeven zijn, wemelen, wriemelen, zwermen
sterven (ww) :
barsten, krioelen, stikken, wemelen
wriemelen (ww) :
krioelen, wemelen

woordverbanden van ‘wemelen’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
wemelen, wiemelen, krielen, krioelen, kriewelen

WEMELEN, WIEMELEN, KRIELEN, KRIOELEN, KRIEWELEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 349.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0039 c