zegelen

als woordenboektrefwoord:

zegelen:
(gezegeld), van een zegel voor-zien.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

sluiten (ww) :
afsluiten, dichtdoen, dichtdraaien, dichtgaan, dichtmaken, dichttrekken, luiken, op slot doen, toedoen, toesluiten, zegelen
lakken (ww) :
verzegelen, zegelen

woordverbanden van ‘zegelen’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
verzegelen, toezegelen, zegelen

VERZEGELEN, TOEZEGELEN, ZEGELEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 259.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

zegelen
ontzegelen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c