Vertaling van 'abschwächen' uit het Duits naar het Nederlands

abschwächen (ww):
verzachten(en) to reduce, lessen, or decrease.
(en) mitigate, relieve.
(fr) Rendre moins acide.
(fr) (Sens figuré) (Plus souvent) Tempérer.
, verzwakken(en) to lessen (something) in force or intensity.
(en) to make weaker.
(pt) Tornar fraco.
, afnemen(en) to lessen (something) in force or intensity.
(en) To taper.
, afzwakken(fr) (Sens figuré) (Plus souvent) Tempérer.
(fr) Rendre moins acide.
, matigen(fr) Rendre moins acide.
(fr) (Sens figuré) (Plus souvent) Tempérer.
, verminderen(en) to lessen (something) in force or intensity.
(en) To taper.
, bedaren(en) to lessen (something) in force or intensity., hakken(en) to suppress or weaken the force of., luwen(en) to lessen (something) in force or intensity., mitigeren(en) to reduce, lessen, or decrease., troosten(en) mitigate, relieve., verdunnen(en) to weaken., verkleinen(en) To taper., verlagen(en) To taper.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken