Vertaling van 'alltäglich' uit het Duits naar het Nederlands

alltäglich (bn):
alledaags(de) —.
(en) appropriate for ordinary use, rather than for special occasions.
(en) commonplace, ordinary.
(en) common, mundane.
(en) ordinary.
(fr) De chaque jour. .
(ru) происходящий, осуществляемый, используемый каждый день, изо дня в день, в обычные дни.
, gewoon(de) —.
(en) common, mundane.
(en) ordinary.
, dagdagelijks(de) —., normaal(de) —., ordinair(de) —., banaal(en) common, mundane., daags(fr) De chaque jour. ., dagelijks(fr) De chaque jour. .

alltäglich (bw):
dagelijks(fr) Chaque jour.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken