anhalten (ww):
stoppen(ca) Detenir, fer parar.
(en) to cause to cease moving.
(en) to cease moving.
(ga) Briathar.
(ja) -2.
(ja) 動かないようにする.
(pt) interromper o movimento de.
(sv) (intransitivt) sluta röra sig.
(pl) —., halthouden(en) to cause to cease moving.
(en) to cease moving.
(ja) -2.
(pt) interromper o movimento de., aanhouden(en) to cease moving.
(en) to cause to cease moving.
(ja) 動かないようにする., stilstaan(en) to cause to cease moving.
(en) to cease moving.
(ja) -2., aanporren(en) to urge., aansporen(en) to urge., duren(en) to endure, continue over time., manen(en) to urge., ophouden(ja) -2., stilzetten(pl) —., stopzetten(pl) —.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com
Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.
Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.