ausbrechen (zn):
breken(en) to counter-attack., kapotmaken(en) to counter-attack., overtreden(en) to counter-attack., stukmaken(en) to counter-attack., verdelen(en) to counter-attack.
ausbrechen (ww):
breken(en) to counter-attack., erupteren(en) to violently eject., uitbarsten(en) to violently eject., uitbreken(fr) (Intransitif) (Sens figuré) Se manifester tout à coup..
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com