Vertaling van 'eigen' uit het Duits naar het Nederlands

eigen (bn):
apart(de) —., eigen(ca) Que pertany a un propietari.
(ca) Que pertany a un propietari.
(en) belonging to (determiner).
(en) belonging to oneself or itself, own.
(fi) jonkun omistama.
(fr) Qui est particulier à une personne.
(no) som angår en selv, personlig.
(pl) —.
(pl) —.
, degelijk(en) belonging to oneself or itself, own., echt(en) belonging to oneself or itself, own., kieskeurig(en) particular about details., pietluttig(en) particular about details., veeleisend(en) difficult to please.

eigen (vnw):
eigen(sv) som någon själv eller ensam har/rår om/besitter e.d..

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken