Vertaling van 'erleben' uit het Duits naar het Nederlands

erleben (ww):
beleven(de) —.
(fi) elää, tuntea, kohdata elämässään, joutua todistamaan jotakin.
(pt) (experienciar).
(pl) —.
, ervaren(de) —.
(pt) (experienciar).
, kennen(de) —., blootleggen(en) expose something previously covered., meemaken(pt) (experienciar)., ondergaan(pt) (experienciar)., ondervinden(pt) (experienciar)., onthullen(en) expose something previously covered.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken