Vertaling van 'sich zusammenschließen' uit het Duits naar het Nederlands

sich zusammenschließen (ww):
fuseren(en) (intransitive) to combine into a whole., fusioneren(en) (intransitive) to combine into a whole., samengaan(en) (intransitive) to combine into a whole., samengroeien(en) (intransitive) to combine into a whole., samenkomen(en) (intransitive) to combine into a whole., samenvloeien(en) (intransitive) to combine into a whole., samenvoegen(en) (intransitive) to combine into a whole.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken