weggehen (ww):
weggaan(de) —.
(en) to disappear.
(en) to depart (intransitive).
(en) to depart or leave a place.
(en) to become invisible, vanish or disappear.
(ja) 去る., vertrekken(en) to depart (intransitive).
(ja) 去る., wegwezen(en) to go away.
(en) to leave in a hurry., deponeren(en) to depart (intransitive)., opdonderen(en) to go away., opflikkeren(en) to go away., ophoepelen(en) to go away., ophoeren(en) to go away., oplazeren(en) to go away., oprotten(en) to go away., opsodemieteren(en) to go away., uitgaan(fr) Passer du dedans vers le dehors., verdwijnen(en) to disappear.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com