zustimmen (ww):
toestemmen(en) to express willingness.
(en) to agree to a proposal or view.
(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —.
(es) —., instemmen(en) to express willingness.
(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —.
(fr) Signaler son accord., aanvaarden(en) to agree to.
(en) to agree to a proposal or view., afspreken(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —., het eens zijn met(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —., overeenkomen(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —., overeenstemmen(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —., rijmen(en) harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur.
(en) —., aannemen(en) to agree to., accepteren(en) to agree to., inwilligen(en) to agree to a proposal or view., ondergaan(en) to agree to., ontvangen(en) to agree to.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com