access (zn):
The act of approaching or entering
benadering
access (zn):
A way of entering or leaving
benadering
access (zn):
The right to enter
entree, toegang
access (zn):
A code (a series of characters or digits) that must be entered in some way (typed or dialed or spoken) to get the use of something (a telephone line or a computer or a local area network etc.)
toegang, toegangscode
Via: Ensyns.nl
access (zn):
toegang(en) —.
(en) —.
(en) —.
(en) —.
(da) Mulighed for eller ret til at komme ind til noget.
(sv) det att få och kunna använda något användbart., aanval(en) —.
(en) —., aanwinst(en) —., benadering(en) —., bezoekrecht(en) —., instemming(en) —., passage(en) —., toegangsrecht(en) —., toegangsweg(en) —., toelating(en) —., toeval(en) —., toevoeging(en) —., uitval(en) —., ingang(fr) Endroit par où on entre dans un lieu.
(fr) —., oprit(pl) —.
access (ww):
toegang hebben (tot)(en) —.
(en) —., bereiken(en) —., verkrijgen(en) —.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com
Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.
Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.