Vertaling van 'faggot' uit het Engels naar het Nederlands

faggot (zn):
A bundle of sticks and branches bound together
bussel, mutsaard, rijs, rijsbos, takkenbos

faggot (zn):
Offensive term for a homosexual man
Hagenaar, Utrechtenaar, flikker, holtor, mietje, nicht, poot, reetkever

Via: Ensyns.nl

N.B.: Er zijn geen WikiWoordenboek-resultaten omdat de Dbnary-server niet of niet op tijd heeft geantwoord.