Vertaling van 'gay' uit het Engels naar het Nederlands

gay (zn):
Someone who is sexually attracted to persons of the same sex
homoseksuele, sodemiet, sodemieter, reetkever, poot, holtor, geïnverteerde, gay, flikker, bruinwerker, mietje, nicht, homo, homofiel, homoseksueel

Via: Ensyns.nl

gay (bn):
vrolijk(en) —.
(de) von froher, heiterer Art seiend; in guter Stimmung.
(es) —.
(es) —.
, kleurrijk(en) —.
(pl) —.
, feestelijk(en) —., goedgezind(en) —., homofiel(en) —., homoseksueel(en) —., monter(en) —., opgetogen(en) —., uitgelaten(en) —., verwijfd(en) —., bont(pl) —., gay(es) —., homo(de) keine Steigerung: als Mann homosexuelle Neigungen besitzend.

gay (zn):
homo(en) —.
(da) person.
(fi) homoseksuaali, mies tai nainen.
(fi) (yleisk.) homoseksuaalinen mies.
(zh) 完全或主要受同性吸引的人.
, homoseksueel(en) —.
(zh) 完全或主要受同性吸引的人.
, flikker(de) jemand, der schwul ist., jachtgeweer(da) person.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken