Vertaling van 'previous' uit het Engels naar het Nederlands

previous (bn):
voorbarig(en) —.
(pl) —.
, vorig(de) zuletzt existierend, zuvor gegeben.
(de) nur attributiv: dem Zeitpunkt der Äußerung unmittelbar vorangegangen.
(fr) Qui précède.
(sv) som var i ordningen direkt tidigare än något annat.
(es) —.
, vroeger(de) der Vergangenheit angehörend, nicht mehr bestehend.
(fr) Qui précède dans le temps.
(fr) Qui précède.
, prematuur(pl) —., tot nu toe(de) nur attributiv: entsprechend bisher, bis zur Gegenwart., verleden(fr) Qui précède., voorafgaand(fr) Qui précède., voorgaand(fr) Qui précède., voorgaande(sv) som kommer (direkt) tidigare., voormalig(de) der Vergangenheit angehörend, nicht mehr bestehend.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken

Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.

Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.