Vertaling van 'comenzar' uit het Spaans naar het Nederlands

comenzar (ww):
beginnen(ca) Fer la primera part d'alguna cosa.
(de) transitiv: etwas in Gang setzen, etwas starten, etwas anfangen.
(de) unpersönlich: beginnen.
(fr) (transitif) Engager une action, entreprendre une tâche, donner à une chose un commencement d’existence.
(fi) saada alkunsa.
(fi) ryhtyä.
(lt) pradėti.
(fr) —.
(pl) —.
, aan de gang gaan met(en) proceed with., aanvangen(lt) pradėti., doorgaan(en) proceed with., starten(pl) —.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken