desposar (ww):
trouwen(en) to marry.
(fr) Prendre en mariage., huwen(fr) Prendre en mariage., in het huwelijk treden(en) to marry., met(en) to marry., tot man nemen(en) to marry., tot vrouw nemen(en) to marry., verloven(en) often of a parent or guardian: to promise that (two people) be married to each other; to promise that (a woman) be given in marriage to a man.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com