Vertaling van 'juntar' uit het Spaans naar het Nederlands

juntar (ww):
verzamelen(fr) Mettre ensemble, unir ou assembler ce qui était épars.
(fr) —.
, bijvoegen(de) transitiv: etwas einer Sache hinzusetzen, hinzufügen., binden(pl) —., herenigen(fr) Réunir des parties séparées., op de been brengen(en) to collect., opheffen(en) to collect., paren(en) pair in order to raise offspring., samenstellen(de) transitiv: ein Ganzes aus seinen Teilen herstellen., samenvoegen(en) to combine more than one item into one; to put together., verbinden(pl) —., verenigen(en) to combine more than one item into one; to put together., vergaren(fi) koota yhteen.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken