Vertaling van 'naufragar' uit het Spaans naar het Nederlands

naufragar (ww):
achterlaten(en) to abandon., deserteren(en) to abandon., opgeven(en) to abandon, to give up, to leave (permanently), to renounce (someone or something)., schipbreken(en) wreck a vessel., schipbreuk lijden(en) wreck a vessel., stranden(de) intransitiv, übertragen: mit einem Vorhaben scheitern., verlaten(en) to abandon., verzaken(en) to abandon, to give up, to leave (permanently), to renounce (someone or something).

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken