Vertaling van 'avancer' uit het Frans naar het Nederlands

avancer (ww):
benaderen(en) to move forwards, to approach.
(en) —.
(en) to bring forward; to move towards the front; to make to go on.
, optrekken(en) to move forwards, to approach.
(en) —.
(en) to bring forward; to move towards the front; to make to go on.
, vervroegen(de) vor etwas bewegen.
(de) etwas früher machen, erledigen (und dadurch etwas Anderes später).
(de) nach vorne bewegen.
, vroeger doen plaatsvinden(de) vor etwas bewegen.
(de) nach vorne bewegen.
(de) etwas früher machen, erledigen (und dadurch etwas Anderes später).
, avanceren(de) in der Erreichung eines Zieles vorankommen, im Leben Erfolg haben., bespoedigen(de) etwas mit Nachdruck betreiben, jemanden oder etwas gezielt fördern., doorgaan(en) go ahead., goed groeien(en) to progress, to develop., introduceren(de) etwas nach vorne stellen., verdergaan(en) go ahead., voorkopen(en) to buy beforehand., voorschieten(de) einen Geldbetrag im Voraus geben, als Darlehen geben., voorstellen(de) etwas nach vorne stellen., voortduwen(de) etwas, jemanden oder sich nach vorne schieben., vooruitgaan(de) nach vorne fahren., vooruitkomen(de) in der Erreichung eines Zieles vorankommen, im Leben Erfolg haben.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken