Vertaling van 'avoir lieu' uit het Frans naar het Nederlands

avoir lieu (ww):
plaatsvinden(de) sich abspielen, sich ereignen, vor sich gehen.
(de) ablaufen, im Sinne von jetzt/dann stattfinden, passieren, sich realisieren.
(en) take place.
(en) present itself.
(pl) —.
, gebeuren(de) Hilfsverb sein: geschehen (ein Ereignis).
(en) present itself.
(en) take place.
(fi) käydä, sattua jotakin.
, aanbieden(en) present itself.
(en) take place.
, voordoen(en) present itself.
(en) take place.
, voorkomen(en) present itself.
(en) take place.
, zich(en) take place.
(en) present itself.
, doorgaan(de) ablaufen, im Sinne von jetzt/dann stattfinden, passieren, sich realisieren., plaatshebben(pl) —.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken