Vertaling van 'douter' uit het Frans naar het Nederlands

douter (ww):
twijfelen(de) Wahrheitsgehalt in Frage stellen.
(de) Fähigkeit/Aufrichtigkeit einer Person in Frage stellen.
(de) unsicher sein.
(lt) lt.
, betwijfelen(ca) Trobar-se indecís.
(de) transitiv: in Frage stellen.
(lt) lt.
, wanhopen(pl) —.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken