fabriquer (ww):
uitspoken(fr) —., uitvinden(fr) —., uitvoeren(fr) —., uitvreten(fr) —., fabriceren(en) to make things.
(en) to create false evidences., maken(sv) tillverka.
(tr) yapmak., vervaardigen(en) to create false evidences.
(en) to make things., aanmaken(de) etwas herstellen, etwas zustande bringen., doen(tr) yapmak.
fabriquer (vz):
uitspoken(en) devising, scheming.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com