gain (zn):
winst(en) act of gaining.
(en) what one gains (profit).
(en) benefit.
(pt) (benefício, vantagem)., profijt(en) benefit.
(en) money, riches, or wealth., gewin(en) money, riches, or wealth., overwinning(en) individual victory., profijt(pt) (benefício, vantagem)., voordeel(pt) (benefício, vantagem).
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com