Vertaling van 'opérer' uit het Frans naar het Nederlands

opérer (zn):
bespelen(en) to operate in a certain place, area, or specialty.., bewerken(en) to operate in a certain place, area, or specialty.., werk(en) to operate in a certain place, area, or specialty.., werken(en) to operate in a certain place, area, or specialty.., werkstuk(en) to operate in a certain place, area, or specialty..

opérer (ww):
opereren(fr) —., doen(tr) yapmak., doorgaan(de) ablaufen, im Sinne von jetzt/dann stattfinden, passieren, sich realisieren., maken(tr) yapmak., plaatsvinden(de) ablaufen, im Sinne von jetzt/dann stattfinden, passieren, sich realisieren.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken