contare (ww):
tellen(it) —.
(ca) Determinar el nombre total.
(de) transitiv: die Anzahl bestimmen.
(ja) —.
(ja) —.
(pl) —., rekenen(de) ''rechnen mit:'' stark vermuten, dass etwas geschehen wird; voraussehen.
(de) ''Mathematik:'' Zahlen logisch verknüpfen, Mathematik anwenden.
(en) to rely on, trust, or expect.
(ru) вычислять, определять количество.
(sv) ''dessa översättningar måste kontrolleras''., op(en) to expect.
(en) to rely on, trust, or expect., uitzien (naar)(en) to expect., als(en) to expect., belangrijk zijn(en) to be important., berekenen(ru) вычислять, определять количество., betekenen(sv) vara viktig., er toe doen(en) to be important., kijken(en) to expect., lijken(en) to expect., over(en) to expect., uitmaken(en) to be important., uitzien(en) to expect.
Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com