Vertaling van 'vivere' uit het Italiaans naar het Nederlands

vivere (ww):
leven(it) —.
(ca) Existir, estar viu.
(de) Biologie: Stoffwechsel betreiben und wachsen.
(de) seine Existenz gestalten.
(de) wohnen.
(en) be alive.
(ja) : 生命を維持すること.
(fi) olla elossa.
(fi) asua.
(ja) 居住する(多く「生活する」=「生きる」と同一語).
(ku) sax bûn, li jiyanê bûn.
(lt) lt.
(la) Vitam in se habere.
(sv) vara vid liv.
(pl) —.
, wonen(en) dwell.
(en) to dwell permanently or for a considerable time.
(fi) olla elossa.
(fi) asua.
, bestaan(de) intransitiv: existieren, erhalten bleiben.
(ru) быть живым.
, verblijven(en) dwell.
(ja) 居住する(多く「生活する」=「生きる」と同一語).
, afwachten(en) dwell., doorleven(de) einen bestimmten Zeitraum, ein bestimmtes Erlebnis mit allen Sinnen erfahren., doorstaan(en) dwell., leven(ru) вести существование, быть живым., ondergaan(en) dwell., rondhangen(ja) 居住する(多く「生活する」=「生きる」と同一語)., toelaten(en) dwell., tolereren(en) dwell., uithouden(en) dwell., verdragen(en) dwell., zijn(ru) быть живым.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken