hopeloos (bn):
hoffnungslos(nl) —.
(cs) bez šance na úspěch.
(en) destitute of hope; having no expectation of good; despairing.
(pl) —., aussichtslos(cs) bez šance na úspěch., deprimiert(en) in low spirits from loss of hope or courage., entmutigt(en) in low spirits from loss of hope or courage., mutlos(en) in low spirits from loss of hope or courage., niedergeschlagen(en) in low spirits from loss of hope or courage., traurig(en) in low spirits from loss of hope or courage., verlassen(en) miserable., verzweifelt(en) filled with despair.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com
Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.
Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.