Vertaling van 'uitgerust zijn met' uit het Nederlands naar het Duits

uitgerust zijn met (ww):
aufweisen(en) to wear or display., ausgerüstet(en) to wear or display., ausgestattet(en) to wear or display., erbringen(en) to wear or display., ertragen(en) to wear or display., liegen(en) to wear or display., mit(en) to wear or display., sein(en) to wear or display., sich betragen(en) to wear or display., tragen(en) to wear or display.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken