Vertaling van 'mankeren' uit het Nederlands naar het Spaans

mankeren (ww):
adolecer(en) to cause to suffer., afligir(en) to cause to suffer., aquejar(en) to cause to suffer., carecer(de) nicht vorhanden sein., faltar(de) nicht vorhanden sein., padecer(en) to cause to suffer., pararse(en) cease to operate., reprobar(en) cease to operate.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken