uitgaan (ww):
uscire(en) to go out or go away from a place or situation.
(es) —.
(fr) Passer du dedans vers le dehors.
(ru) идя, покидать [I] пределы чего-либо., spegnere(en) to be turned off or extinguished.
(en) to leave one's abode to go to public places., escire(fr) Passer du dedans vers le dehors.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com
Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.
Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.