goedhartigheid (zn):
goedheid(nl) —.
(nl) het heel aardig zijn., jovialiteit(nl) —.
(nl) het heel aardig zijn., vriendelijkheid(nl) —.
(nl) het heel aardig zijn., welwillendheid(nl) —.
(nl) het heel aardig zijn., goedigheid(nl) het heel aardig zijn., toegefelijkheid(nl) het heel aardig zijn., inschikkelijkheid(fr) action de s’accommoder au sentiment, au goût de quelqu’un pour lui plaire.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com
Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.
Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.