inwonen (ww):
bewonen(fr) Vivre en un lieu., gevestigd zijn(fr) Vivre en un lieu., huizen(fr) Vivre en un lieu., resideren(fr) Vivre en un lieu., wonen(fr) Vivre en un lieu.
inwonen (zn):
bewonen(es) —., huizen(es) —., resideren(es) —., wonen(es) —.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com