Nederlandse synoniemen voor 'ontrouw'

N.B. De resultaten hieronder komen van derde partijen. Zie ook resultaten uit onze eigen synoniemendatabank voor ontrouw.

ontrouw (bn):
deloyaal(nl) —., afvallig(de) gehoben: treulos, abgefallen (von jemandem oder etwas)., apostaat(de) gehoben: treulos, abgefallen (von jemandem oder etwas).

ontrouw (zn):
trouwbreuk(nl) —.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken