oplossen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

oplossen (ww):
napluizen, navlooien, ontcijferen, ontraadselen, ontrafelen, ontsluieren, ontwarren, ophelderen, solveren, uitdenken, uitdokteren, uitkienen, uitknobbelen, uitplussen, uitpuzzelen, uitvissen, uitvlooien, uitvogelen, uitvorsen, uitzoeken, verklaren
oplossen (ww):
ontbinden, opgaan, resolveren, scheiden, smelten
oplossen (ww):
afleiden, bepalen, deduceren, herleiden
oplossen (ww):
opheffen, wegnemen, wegwerken
oplossen (ww):
berekenen, uitrekenen
oplossen (ww):
aanlengen, verdunnen
oplossen (ww):
beëindigen
oplossen (ww):
verdwijnen

als synoniem van een ander trefwoord:

regelen (ww) :
afhandelen, afwerken, afwikkelen, arrangeren, bedisselen, beredderen, beschikken, bolwerken, coördineren, disponeren, fiksen, in orde brengen, in orde maken, inrichten, klaarspelen, klaren, managen, opknappen, oplossen, ordenen, organiseren, redderen, ritselen, schikken, settelen, uitvechten, vereffenen, versieren, voor elkaar krijgen
opheffen (ww) :
afgelasten, afschaffen, beëindigen, eindigen, herroepen, intrekken, liquideren, ontbinden, ontkrachten, opdoeken, oplossen, sluiten, staken, stopzetten, supprimeren, tenietdoen, verbieden, vernietigen
ontrafelen (ww) :
blootleggen, doorzien, doorgronden, ontcijferen, ontraadselen, ontwarren, ophelderen, oplossen, uitpluizen
ontbinden (ww) :
desorganiseren, een einde maken aan, opheffen, oplossen, resolveren
bepalen (ww) :
afhandelen, afspreken, afwikkelen, oplossen, overeenkomen, schikken
verdunnen (ww) :
aanlengen, aanmengen, oplossen, versnijden, verzachten, verzwakken
verklaren (ww) :
bezweren, ontraadselen, ophelderen, opklaren, oplossen, solveren
verdwijnen (ww) :
oplossen, tenietgaan, uiteengaan, vervagen, vervliegen
smelten (ww) :
lekken, oplossen, uiteenvloeien, versmelten
wegnemen (ww) :
oplossen, uitwissen, vereffenen
ophelderen (ww) :
ontraadselen, oplossen
raden (ww) :
ontsluieren, oplossen

woordverbanden van ‘oplossen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
ophelderen, verklaren, uitleggen, uitpluizen, ontleden, ontvouwen, ontwikkelen, ontwarren, ontknopen, oplossen

OPHELDEREN, VERKLAREN, UITLEGGEN, UITPLUIZEN, ONTLEDEN, ONTVOUWEN, ONTWIKKELEN, ONTWARREN, ONTKNOOPEN, OPLOSSEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 264.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0042 c