stoer

als woordenboektrefwoord:

stoer:
bn. (-der, -st), groot; krachtig.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

stoer (bn):
ferm, flink, forsig, geblokt, kloek, koen, kordaat, robuust
stoer (bn):
breedgeschouderd, fors, mannelijk, potig, stevig, struis

als synoniem van een ander trefwoord:

dapper (bn) :
ferm, fier, flink, gedurfd, gewaagd, heldhaftig, heroïek, kloek, kloekmoedig, koen, manhaftig, manmoedig, moedig, onbeschroomd, onbevreesd, onversaagd, onverschrokken, onvervaard, stoer, stout, stoutmoedig, vrijmoedig
flink (bn) :
dapper, doortastend, energiek, ferm, geducht, kordaat, krachtig, manhaftig, moedig, standvastig, sterk, stoer
kranig (bn) :
dapper, energiek, ferm, flink, knap, kordaat, manhaftig, manmoedig, standvastig, sterk, stoer, taai
koen (bn) :
dapper, manhaftig, moedig, onbevreesd, onversaagd, onverschrokken, stoer, stout, stoutmoedig
kordaat (bn) :
dapper, doortastend, ferm, flink, kloek, stoer, struis, vastberaden, vastbesloten, wakker
robuust (bn) :
flink, fors, gespierd, kloek, krachtig, potig, sterk, stevig, stoer, struis
kloek (bn) :
dapper, energiek, kordaat, krachtig, moedig, onversaagd, stoer
mannelijk (bn) :
flink, stoer, viriel

woordverbanden van ‘stoer’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

stoer
tenger

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0072 c