aanbelanden

als woordenboektrefwoord:

aanbelanden:
(belandde aan, aanbeland), toevallig ergens aankomen, terechtkomen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aanbelanden (ww):
belanden, terechtkomen

als synoniem van een ander trefwoord:

aankomen (ww) :
aanbelanden, arriveren, belanden, komen, terechtkomen, verschijnen
komen (ww) :
aanbelanden, belanden, geraken, terechtkomen

woordverbanden van ‘aanbelanden’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
aanlanden, aanbelanden, belanden, landen

Aanlanden — aanbelanden — belanden — landen. De drie eerste geven het aan of bij het land komen te kennen, het laatste geeft te kennen, dat men op het land komt. Figuurlijk worden aanlanden, aanbelanden en belanden gebruikt voor ergens terecht komen. Aanlanden geeft te kennen, dat men het doel zijner reis bereikt eu vast verblijf gevonden heeft; aanbelanden, dat weinig meer gezegd wordt, en belanden laten onbeslist of het verblijf kort of lang zal duren; met belanden is het bijdenkbeeld van toeval verbonden, alsmede dit, dat men eenigen tijd tor plaatse, waar men is aangekomen, vertoeven zal, of er zich voor goed vestigt. Gij zijt daar goed aanbeland, ik raad u aan er te blijven. Waar ter wereld mag hij wel aanbeland zijn. Na vele omzwervingen is hij in de Transvaal beland, waar hij nu denkt te blijven. De balling was gelukkig aangeland bij zulk eene machtige familie. Na een vreeselijken storm landde de vloot behouden aan, doch het vuur der forten maakte den soldaten het landen onmogelijk.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0094 nc