aankleven

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aankleven, eigen zijn, verknocht zijn

Aankleven — eigen zijn — verknocht zijn. Alle drie worden van zaken gezegd, die met iemand of iets samenhangen, er nauw mee verbonden zijn. Aankleven wordt vooral van kwade of onaangename dingen gezegd, en vaak met het bijdenkbeeld, dat de vereeniging zoo goed als onafscheidelijk is. Dat gebrek heeft hem van zijn jeugd af aangekleefd. Draagt in liefde de zwakheden, die zijn menschelijk werk zullen aankleven. (v. d. Palm). Eigen zijn zegt men vooral van aangeboren eigenschappen, die iemand kenmerken. Eene zekere mate van eerzucht is hem altijd eigen geweest; de zucht tot zelfbehoud is den mensch eigen. Verknocht zijn, met een zaak als onderwerp, wordt alleen als rechtsterm gebruikt.: De zaak, die voor den rechter werd gebracht, was aan een reeds aanhangig geschil verknocht.

in hedendaagse spelling:
aankleven, gehecht zijn, verkleefd zijn, verknocht zijn

Aankleven — gehecht zijn — verkleefd zijn — verknocht zijn. Zich door liefde of genegenheid aan iemand of iets verbonden gevoelen. Aankleven, thans bijna verouderd, wordt zoowel gebruikt met een persoon als eene zaak tot voorwerp, en is, evenals verkleefd, dat een zeer nauwen band te kennen geeft, vergezeld van het denkbeeld trouw en standvastigheid. Orpa kuste hare schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan. (Ruth 1 : 14) Den openbaren Godsdienst .... met geheel zijn hart aankleven. (v. d. Palm). Een trouw dienaar is verkleefd aan zijn heer. Gehecht zijn drukt uit, dat de scheiding een smartelijk gevoel zou veroorzaken, terwijl verknocht zijn een zoo sterken band van liefde en trouw aanduidt, dat hij niet licht verbroken kan worden. Het kind was aan zijn onderwijzer gehecht; hij was aan zijn geboortegrond gehecht; Noch stercker bind de band van 't paer, door hand aen hand Verknocht, om niet te scheyden. . .. (Vondel).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aankleven, gehecht zijn

AANKLEVEN, GEHECHT ZIJN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 29.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
aankleef

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c