afhouwen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afhouwen (ww):
afhakken, afkappen

als synoniem van een ander trefwoord:

afslaan (ww) :
afhakken, afhouwen, afknippen, kloven

woordverbanden van ‘afhouwen’ grafisch weergegeven

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
afslaan, afhakken, afhouwen, afkappen

98. Afslaan — afhakken — afhouwen — afkappen.

Met kracht een deel van het geheel scheiden.

Afslaan gebruikt men, wanneer de scheiding door de kracht van het slaan tot stand komt zonder op het werktuig te letten, bijv. een oor van een pot afslaan (met een hamer, een steen, een stok, enz.). Afhakken, afkappen en afhouwen onderstellen, dat de werking met een scherp werktuig geschiedt, vooral met een bijl of zwaard. Afhakken duidt aan, dat men herhaaldelijk het werktuig moet gebruiken, terwijl afhouwen aanwijst, dat slechts één glag met het scherpe werktuig noodig is. Bij afkappen ziet men meer op de uiteinden, die door het hakken of houwen van het voorwerp worden gescheiden: bijv. de takken afkappen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0014 c