been

als woordenboektrefwoord:

been:
o. (benen), lichaamsdeel; de benen van een hoek, begrenzende lijnen.
been:
o. (-deren), gebeente, knook.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

been (zn):
bot, knekel, knook, wervel
been (zn):
knok, knook, poot
been (zn):
gebeente
been (zn):
botbeen

als synoniem van een ander trefwoord:

bot (zn) :
been, beenweefsel, botje, knekel, knok, knook
poot (zn) :
been, pikkel, voet
scheen (zn) :
been, scheenbeen

woordverbanden van ‘been’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
knok, kneukel, knekel, schenkel, schonk, bonk, bot, been, voet, poot, klauw, koot

KNOK, KNEUKEL, KNEKEL, SCHENKEL, SCHONK, BONK, BOT, BEEN, VOET, POOT, KLAAUW, KOOT

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 288.

in hedendaagse spelling:
knok, knook, been

KNOK, KNOOK, BEEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 319.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c